Historische Kring Boekelo Usselo Twekkelo

Personen

Alfred Kamps vertelt

Alfred Kamps vertelt:

Na de opening van het Historisch Centrum aan de Boekelosestraat in september 2011 stonden een mevrouw en meneer voor de deur.
Ze werden uitgenodigd binnen te komen. Het waren de heer en mevrouw Kamps uit Doorwerth.
Alfred Kamps is een oud inwoner van Boekelo.
Hij blijkt  veel herinneringen over Boekelo te hebben en kan daar op een leuke en heldere manier over verhalen.
Op 28 februari 2012 gaan Gerard Schartman, Ben Bel en Jacques van Baal naar Doorwerth om de heer Kamps over het Boekelo van 1927 tot 1951 te laten vertellen.
Alfred Kamps, nu woonachtig in Doorwerth, werd geboren in 1927 in Boekelo  aan de Weleweg  nu Dirk Papestraat  (naast Els Jan).
Hij verhuisde in 1930 naar een nieuw gebouwd huis aan de Windmolenweg/hoek Boekelosebleekweg  nr 155.
Zijn vader ( 1892  Ter Apel)  was van 1914 tot 1918 in Nederlandse krijgsdienst  en tijdens  WO 1  gelegerd op de hei bij Ede.  
Verveling en dood in de pot (Nederland was neutraal in die tijd) resulteerde onder meer  tot een heftige muiterij op   De Harskamp.  
Om het stijgend ongenoegen weg te nemen,  werden de oudste soldaten verspreid over Nederland en in andere rijksdiensten geplaatst.  
Kamps Sr. kreeg een aanstelling  als soldaat-kommies in Glanerbrug.
In 1918 toen de oorlog voorbij was , werd Kamps Sr. burger maar bleef kommies  in Glanerbrug,  nu als belastingsambtenaar.
In 1919 startte de KNZ te Boekelo  met zoutwinning.  Op zout werd toentertijd (tot 1951) accijns geheven.  
Kommiezen waren nodig voor de heffingen en de relevante administratie.
Kamps Sr. werd in 1919 overgeplaatst  naar Boekelo.   Kwam in de kost bij vrouw Kelder (later café ter Borg).  
Hij werd  groepsleider over een  aantal ambtenaren.  90% Van het werk werd besteed aan de heffingen  op het zout.
Daarnaast waren er nog wat andere  werkzaamheden.  Daarvoor werden die verricht door een ambtenaar in Usselo.
Het werkgebied van de ambtenaren was gelijk aan de grenzen van de Marke Usselo.  Naast zout waren er andere accijnzen  zoals op suiker,  meel en op  vlees.
Werd er een beest geslacht dan moest  de kommies gewaarschuwd worden. Over het gewicht werd belasting geheven.
Bleek dat het gewicht veel te laag opgegeven was, dan werd het beest door de belasting  “benaderd”  dwz gekocht door de staat tegen het opgegeven gewicht.
Vervolgens  moest de ambtenaar het beest  zelf naar het abattoir brengen.  Dat ging allemaal goed als niet  een gevaarlijk  grote stier (natuurlijk) veel te laag werd opgegeven.
Kamps sr. was trots dat hij het er zonder kleerscheuren afbracht. Het is duidelijk dat het niet melden van een slacht  wel voorkwam .
Na de slacht  alles meteen netjes opruimen en doen alsof er niets aan de hand was.  Het was de taak van de kommiezen om deze vorm van belastingontduiking op te sporen.
Gezegd moet worden dat dit meestal in der minne geschikt werd. Zo heftig was het allemaal  niet, een kwestie van geven en nemen.

Kamps sr. trouwde in 1922 met Bertha Baltink. Zij was een dochter van Baltink  Jaan die  op de boerderij De Snuve in Usselo was geboren.
Kamps en Bertha gingen wonen aan de Weleweg  (nu Dirk Papestraat).
Baltink  Jaan was gehuwd met Gerritdina Senkeldam die  afkomstig was van de boerderij De Seppert.  
Bertha en haar zus Dika en haar vier broers verloren al op jonge leeftijd hun moeder   Gerritdina.  
De boerderij De Seppert bleef altijd een bijzondere plek voor de zusters Bertha en Dika.
In 1930 verhuisde de familie Kamps naar de hoek Windmolenweg/Boekelerbleekweg waar ze een nieuw huis hadden gebouwd.  
Dochter Diny werd geboren in 1923. In 1927 werd zoon Alfred geboren.

Lees meer: Alfred Kamps vertelt